Wijnetiquette
- Goed bericht: slurpen mag als je wijn proeft. Minder goed bericht: dat mogen alleen beroepsproevers. Die moeten wel slurpen omdat ze de wijn dan goed door hun mondholte kunnen laten rollen. Alleen dan kunnen ze goed proeven.
- Pak je glas altijd bij de steel vast. Anders wordt de inhoud van je glas veel te warm. Bovendien kun je dan je glas goed tegen het licht houden en kijken naar de kleur van de wijn. Natuurlijk niet om te kijken of er witte of rode wijn in je glas zit, want dat zie je zo wel. Maar je moet voortaan maar eens opletten hoeveel verschillende kleuren rood er bestaan. Sommige wijnen zijn dieprood (purper) en andere zijn heel licht en doorschijnend.
- Begin nooit met drinken als de anderen nog niet van hun wijn gedronken hebben. Het is gangbaar om eerst met zijn allen te toasten en daarna pas een slok te nemen.
- Veeg bij het eten voor iedere slok je mond af met een servet. Anders komen er alleen maar vetvlekken op je glas en dat staat zo slordig.
- Wijn is geen limonade. Zet daarom je glas na iedere slok weer even neer.
Deze regels zijn natuurlijk niet verplicht. Maar als je je eraan houdt, zullen veel mensen denken dat je een wijnkenner bent.