Databank Wijnimport  
(Wijn)cursus Databank  
Etiketteringsregels  
Hygiënecode  
ScriptiePrijs Wijn 2012  
Marktonderzoek  
Print deze pagina

< terug

Oogstberichten december

10 december 1999

Oogstberichten december
door René van Heusden

Duitse wijnoogst 1999 van zeer hoge kwaliteit

Duitsland heeft in 1999 nog maar weer eens een oogst van uitstekende kwaliteit gerealiseerd. De doorslaggevende factor was, zoals gewoonlijk, een "gouden maand" oktober, oftewel goldener Oktober. Bovendien viel de oogst ook qua volume bijzonder goed uit. Het Deutscher Weinbauverband schat het totale volume op ongeveer 13 miljoen hectoliter, wat overeenkomt met dat van jaren als 1989 en 1992. Hierbij moet wel de kanttekening geplaatst worden dat de opbrengst in bepaalde gebieden juist wat achterbleef bij het afgelopen jaar. Zie bijvoorbeeld Mosel-Saar-Ruwer en Mittelrhein. In termen van kwaliteit worden vergelijkingen gemaakt met 1976 en 1990, althans wat betreft de wijnen uit eersteklas wijngaarden met niet al te hoge rendementen. Wijnen om in 1999 extra op te letten: de droog gevinifieerde witte en rode wijnen.

Voorspoedige vegetatie
De vegetatie verliep in het voorjaar voorspoedig en zonder problemen. Vroeg in april begonnen de druiven uit te lopen en werden daarbij niet geplaagd door schadelijke nachtvorst. In de meeste regio's was sprake van een vroege bloei en begin augustus viel een voorsprong te meten van soms wel 14 dagen op het gemiddelde verloop van de vegetatie gedurende de afgelopen jaren. Dit was onder meer het geval in de Rheingau. In de loop van augustus werd deze voorsprong overigens iets minder groot. Augustus had voor een aantal gebieden een onaangename verrassing in petto. In de Mittelrhein, Pfalz en Württemberg zorgde hagel locaal voor problemen. Dit zijn echter de uitzonderingen die de regels bevestigen. De hoeveelheid zonneschijn, het temperatuurverloop, alles verliep meestal volgens een ideaal scenario.

Ideale analyse-waarden
De bekroning van het jaar kwam in de vorm van een uitzonderlijk zonnige nazomer, precies op het moment waarop laat rijpende druivensoorten als riesling en spätburgunder nog een laatste impuls nodig hebben. Eind september leek het er even op dat regen spelbreker ging worden, maar het tegendeel bleek waar. Er viel niet te veel, en in combinatie met de al vermelde zonneschijn zorgde deze regen erder voor verfrisssing dan voor verdunning. Als gevolg van de gunstige groei- en rijpingscondities bereikten de druiven een suikergehalte c.q. een mostgewicht dat duidelijk boven dat van de afgelopen jaren ligt. Tegelijkertijd liet met name de riesling ook een ideale ook een ideale zuurgraad zien. Het gaat hierbij namelijk om aangename, rijpe wijnzuren. Beide gegevens samen vormen een goede basis voor wijnen van het droge(re) type, zals Spätlese trocken. Ook het aanbod van edelzoete wijnen kenmerkt zich door een goede balans, alsmede een zuivere botrytistoon in typen als Beerenauslese en Trockenbeerenauslese. Een andere categorie die in 1999 van opmerkelijke kwaliteit blijkt te zijn is rood, inmiddels goed voor bijna een kwart (!) van de Duitse wijnproductie. Vooral de Spätburgunders stelen de show.

Gascogne: Van primeur ....tot Silvesterwijn

De Franse Sud-Ouest is een gebied van uitersten als het om oogsten gaat, zeker wanneer het van de Producteurs Plaimont afhangt. Al op 21 oktober was er een kant en klare primeurwijn '99 van deze coöperatie in de handel, terwijl pas in de nacht van 31 december op 1 januari de druiven worden geplukt voor wat met recht een Vendange Tardive genoemd kan worden.
De primeurwijn Colombelle is gebaseerd op vroeg geplukte colombard, de druif die in Cascogne vooral aangeplant is ten behoeve van de distillatie van armagnac. De colombard krijgt in dit geval aanvulling van 20% ugni blanc en 10% listan.
Van heel ander kaliber is de Pacherenc de la Saint-Sylvestre. Hiervoor plukt men ingeschrompelde druiven met een zeer hoog extract een een potentieel alcoholgehalte van 19%. Ze zijn het resultaat van een warme zomer en een koel najaar. Botrytis treedt in dit deel van Frankrijk niet op, wardoor de druiven als arrufiac, manseng en courbu - van nature al laat rijpend - extra lang aan de stok kunnen blijven hangen. Ze moeten uiteraard met allerhande middelen afgeschermd tegen hongerige vogels. De opbrengst bedraagt immers maar 5 hl/ha. De Saint-Sylvestre van 1999 zal in zekere zin ook een primeurwijn zijn: de eerste die in 2000 geoogst is.

1999: "Crue du sciècle" in Corbières

De oogst 1999 heeft in een deel van de Languedoc een onverwachte afloop gekregen. Op vrijdag 12 en zaterdag 13 november viel in het departement Aude 75 cm regen, even veel neerslag als normaliter in een heel jaar. Deze regenval ging gepaard met zware buien en onvermijdelijke overstromingen. Het noodweer veroorzaakte op tal van plaatsen zeer zware schade aan wijngaarden en kelders. In Corbières werd de nog geen jaar oude cave van Château Grand-Moulin compleet weggespoeld door het kolkende water. Eigenaar Jean-Noël Bousquet kon op het nippertje ontsnappen. Op de tv zou hij later droogjes zeggen dat hij wat erger dingen had meegemaakt! Eveneens zwaar getroffen zijn Haut-Gléon en Gléon-Montanié: een kwart van de aanplant verdween daar in het water, samen met de toegangsweg naar beide bedrijven. Datzelfde water liet wel een cuve achter die over een afstand van 10 kilometer meegesleurd was uit de coöperatie van Cascatel! Philippe Corrians idylische Cascadais, door bezoekers steevast geroemd als een paradijs op aarde, keerde terug tot de staat van "woest en ledig". Letterlijk. Nog een sterk staaltje: Château du Luc, dat op korte afstand van Grand-Moulin ligt, verloor in één klap 45 pallets wijn - de flessen explodeerden! - en zijn hele wagenpark. Het is maar een bescheiden greep uit de lange lijst. Sprak men in 1998 nog van de "cru du siècle"(jaar van de eeuw), voor 1999 is dat de "cru du sciecle" (stijgend water van de eeuw)geworden.

Libournais

In Saint-Emilion, Pomerol en Fronsac, de drie belangrijkste appellations van de Libournais, is men tot nu toe opvallend voorzichtig geweest met het doen van uitspraken over 1999. In een officieel persbericht heet het dat de 99-ers kwalitatief "in de lijn van 1998" zouden liggen. De vegetatie had een voorsprong van een dag of vijf op die van '98 en kende een snel verloop van de "floraison" (bloei) en een royale vruchtzetting. De daarop volgende "véraison", de kleuring van de druiven begon al vroeg in juli, maar het wisselvallige weer in augustus bracht de gewenste versnelling daarvan. Zodoende kon de pluk beginnen op 13 september in de zogeheten "vroegrijpe" terroirs. In later rijpende wijngaarden duurde die pluk tot begin oktober. In beide gevallen was het mogelijk om fruit met een potentieel alcoholgehalte van de de 13% te oogsten, mits men al in een vroegtijdig stadium maatregelen genomen hadden tegen een eventuele overproductie. En mits men niet te maken kreeg met hagel.