Wat een geluk

1

Van wijn drinken word je gelukkig. Ik heb dat niet van mijzelf, maar van mensen die daarvoor gestudeerd hebben. En dan niet zoals ik door zevenduizend flessen per jaar te openen, maar door minstens even zoveel ‘droge’ onderzoeken te doen. Omdat ik een tijdje terug voor mijn boek Wijnreis door Mijn Lichaam, over de positieve effecten van wijn drinken, een nieuwe druk heb gemaakt, las ik in het European Journal of Clinical Nutrition over een Frans onderzoek onder 150.000 mannen en vrouwen. Daaruit blijkt dat matige drinkers (een tot twee glazen per dag) optimistischer in het leven staan dan geheelonthouders.

Ook de Koninklijke Vereniging van Wijnhandelaren doet nog een duit in het zakje. Of beter gezegd: gooit nog een fles in de glasbak. In hun persbericht dat ik afgelopen zomer heb ontvangen, lees ik ‘dat wijn hoort bij de levensstijl van een grote groep Nederlanders die zich, mede door dat glaasje wijn, een gelukkig mens voelt.’ Aldus Goos Eilander, de directeur van Trendbox die in opdracht van de KVNW een jaarlijks onderzoek naar ons wijndrinkgedrag doet.

Kijk, dat verklaart mijn voortdurende goede humeur al een beetje.

Dat wordt allengs beter als ik ook de eerste resultaten van het langlopende onderzoek de Gelukswijzer (www.gelukswijzer.nl) doorneem. Wetenschappers van de Erasmus Universiteit Rotterdam hebben daaruit opgemaakt dat mensen die af en toe alcohol drinken gelukkiger zijn dan geheelonthouders.

Ik schenk nog eens extra in als ik opduikel wat ‘het geluksgevoel’ nu precies veroorzaakt: wijnconsumptie verhoogt de concentratie aan serotonine. Serotonine is een hormoon dat ontstaat in onze pijnappelklier en zorgt voor het sturen van het geheugen en de eetlust, maar ook angst en de stemming in het algemeen. Bij onvoldoende aanvoer van serotonine wordt de stemming minder. Gelukkig zit er nog wat in de fles.

Maar wat doet die serotonine eigenlijk? Onze hersenen maken daar het eiwit tryptofaan van. Dat is een bouwsteen die door ons lichaam wordt opgenomen door het eten van eiwitrijk voedsel zoals vlees, vis, ei- en melkproducten, leer ik uit een ander naslagwerk. In onze hersenen wordt dit tryptofaan omgezet in serotonine. Dat neemt enige uren in beslag en alleen als er voldoende tryptofaan op voorraad is, kan er voldoende serotonine worden aangemaakt om voor een neutrale stemming te zorgen. Wordt er te weinig van geproduceerd, dan verslechtert de stemming.

Dat verklaart waarom mensen die uit hun hum zijn naar zoetigheid grijpen. Suiker, chocolade en taart zorgen eveneens voor een sterke toename van het tryptofaangehalte in de hersenen, en daarmee uiteindelijk ook van de serotoninevoorraad. Gelukkig adviseert de schrijver mij om die met wijn op peil te houden. Niet omdat hij zich druk maakt om ‘dikmakende zoetigheid’, maar omdat alleen de alcohol in de wijn de afbraak van serotonine in de hersenen aantoonbaar vertraagt. Daardoor blijft een goed humeur ook langer behouden.

Fluitend schenk ik nog een flink glas in. Tot ik de waarschuwing van de onderzoekers lees dat het humeur verbeteren door meer te drinken geen optie is.  Word ik ineens toch een beetje chagrijnig.

 

Harold Hamersma

Blogoverzicht
1 reactie Plaats een reactie
  1. Waarom wijnliefhebbers gelukkiger zijn, leuk en onderbouwd artikel van Harold Hamersma. Lezen met een mooi glas wijn!

Plaats een reactie

Plaats reactie