WAAROM GOEDE WIJN NIET GOEDKOOP KAN ZIJN: DEEL 2

0

In Deel 2 een overzicht van de prijzen en rendementen van een aantal rode en witte wijnen. Eén glas wijn van een wijnstok halen, of zes hele flessen… hoe kan dat? Vinoblogie zoekt het tot op de bodem uit!

Op Vinoblogie wil ik berichten over wijnen met een goede prijs-kwaliteitverhouding. En als die €5 kosten, doe ik dat natuurlijk heel graag… We zijn uiteindelijk allemaal op zoek naar de allerlekkerste wijn voor zijn geld. En niets zo zuur als een dure wijn die (vies) tegenvalt! Echter, ik wil ook laten zien dat je voor €4 of €5, het bedrag dat Nederlandse consumenten doorgaans voor een fles wijn inruimen in hun budget, niet heel veel wijn kunt verwachten. En dat echt goede en ‘eerlijke’ wijn vaak meer kost en zeker ook meer waard is. Dit omdat prijs, kwaliteit en rendement – als het goed is – met elkaar opgaan.

Zoals een wijnhandelaar onlangs bij Deel 1 becommentarieerde: “Vooral bij wijn lijkt er een eeuwige speurtocht te zijn naar topkwaliteit voor een habbekrats. Dat kan dus niet…” Dat is het slechte nieuws; het goede nieuws is dat er ongelooflijk veel mooie wijn te vinden is, ook voor een goede prijs – al is dat dan geen €4…

Bodemprijs

In Deel 1 zagen we dat een fles wijn die voor €3 in de NL winkel ligt, maar voor €0,35 aan wijn bevat, als je alle andere, min of meer vaste, kosten aftrekt… Daarnaast wilde ik de berekening van het tv-programma De Rekenkamer over de prijs van wijn hier in Deel 2 nog eens voorrekenen. Het interessante is dat men in deze uitzending via een optelsom tot een bodemprijs van €4 komt voor een ‘fatsoenlijke’ fles wijn (figuurlijk maar ook letterlijk, in de zin dat wijnboeren noch arbeiders te ernstig worden uitgeperst) die bij ons in de Nederlandse winkel ligt. Hierin waren echter nog geen marges voor importeurs en winkeliers opgenomen… Ook was De Rekenkamer vergeten een bedrag in te ruimen voor de kosten van de vinificatie (persen en vergisten) en werden de tarieven van Nederlandse accijns en BTW niet nader toegelicht. Zaken als houtrijping, handmatig oogsten, marketing en biologisch werken waren optioneel en dus ook niet in de €4 opgenomen.

Om dit verder uit te pluizen zat ik onlangs een uurtje aan de telefoon met Daan van Dijkman, Nederlandse biologische wijnboer in Zuid-Frankrijk (Domaine de Marotte), bij wie De Rekenkamer op bezoek ging voor het maken van deze vlotte berekening (klik hier om de uitzending te bekijken):

“De berekening die daarin even kort door de bocht wordt getoond, is inderdaad nog los van marges voor winkeliers of importeurs… en de vinificatiekosten moet je er ook nog bij optellen, pak ’m beet €0,25 per liter aan arbeid en materialen bij een middelgroot bedrijf zoals Marotte. Hoe groter de schaal, hoe goedkoper dit over het algemeen wordt; veel bedragen zijn rekbaar, dus het is best lastig om een gemiddelde raming te geven. Productiekosten kunnen bijvoorbeeld ook veel lager zijn dan €1,- per kilo druiven, kijk maar naar bulkwijn. Zeker als daarbij allerlei milieuonvriendelijke trucs gebruikt worden en als druiven van kleine producenten tegen afbraakprijzen worden opgekocht of medewerkers/plukkers onderbetaald worden, zoals je bijvoorbeeld in Californië wel ziet… En op marketingkosten besparen juist kleine producenten vaak weer. €4 is voor de vuist weg een ‘fair price’ die je minimaal voor een fles aardige, vrij grootschalig gemaakte wijn in de winkel neer zou moeten leggen als degenen in de productieketen hun ‘fair share’ krijgen. Op die minimale prijs komt nog eens €0,50 per fles als de producent biologisch werkt (KL: en als je dus ook het milieu niet de rekening wilt laten betalen voor jouw fles wijn… ;-) ). En voor een beetje fatsoenlijke houtrijping kun je ook €0,50 extra rekenen, en voor met de hand plukken €0,10 extra. En als je als wijnboer ook nog aan marketing doet, zoals met een website, promoties of een bezoekerscave, komt er ook zo weer een aantal dubbeltjes bij… ktsjing! Daarom hanteer ik die €4 voor het gemak als vuistregel; onder die prijs lijdt er gegarandeerd iemand pijn.”


Optelsom

Als we de vlotte berekening die De Rekenkamer produceerde nog eens goed natellen, zien we dat de daadwerkelijke bodemprijs van hun fles wijn eerder in de buurt van de €5 dan €4 uitkomt, zeker op het moment dat deze in de winkel ligt… Hieronder nog eens de (gecorrigeerde) optelsom van De Rekenkamer. Hierbij heb ik ook de ontbrekende of incorrecte bedragen vermeld, met hulp van Daan van Dijkman:

Daan van Dijkman was in het programma dus nog zeer bescheiden toen hij stelde dat je €4 kunt zien als een minimale ‘fair price’ die je voor een fles eerlijke, maar gewone, industrieel en conventioneel geproduceerde wijn in de winkel neer zou moeten leggen. Uitgaande van €4: dat is dus minimaal €4,50 als het biologische wijn betreft, of wijn met (echte) houtrijping. Uiteraard scheelt het in de kostprijs of de wijn afkomstig is uit een lage-lonen-land en hoe grootschalig deze is geproduceerd. En last but not least: ook de doorverkopende partijen, die allemaal hun toegevoegde waarde (service, expertise, opslag) en bijbehorende kostenposten hebben (personeel, locatiehuur enz.), hebben nog recht op een gezonde marge!

Als consument zou je theoretisch geld kunnen besparen als je je wijn direct bij de wijnboer koopt, hoewel dit in de praktijk vaak tegenvalt.

Lang verhaal kort

Een lang verhaal kort: de vaste kosten van een fles wijn zijn relatief hoog en kwaliteit kost geld. €4 is echt een bodem(supermarkt)prijs, waarvoor je niet al te veel kunt verwachten. En bij prijzen onder de €4 à €5 is de kans levensgroot dat er meer wordt uitgeperst dan alleen druiven…

Rendementen en prijzen

De wijn die in een fles zit, kan variëren van de goedkoopste industriële bulkwijn tot de meest kostbare en geconcentreerde wijn.

Voor Prosecco waren tot 2009 voor de IGT-categorie bijvoorbeeld rendementen van 240 hl/ha toegestaan, wat bij de plantdichtheden daar (laag vanwege mechanisatie) neerkomt op ca. 9 flessen per plant! Let wel: dat is per hectare 25x zo veel, en als we inzoomen op plantniveau zelfs 50x zo veel als Château d’Yquem, dat 1 glas wijn van een plant oogst (nl. van gebotrytiseerde, ingedroogde druiven)…! Dan is die prijs van >€130,- voor een half flesje Yquem toch niet helemaal gebakken lucht, wil ik maar zeggen.

Hoge opbrengsten zien we ook wel bij de middencategorie IGP-wijnen, maar zeker in de categorie daaronder (die zonder geografische aanduiding). Zie bijvoorbeeld deze aanbeveling van het Franse wijnbouwkundige onderzoeksinstituut L’Institut Français de la Vigne et du Vin, dat 250 hl/ha als optimaal maximum adviseert. In de ‘nieuwe wereld’ landen buiten Europa zijn over het algemeen helemaal geen regels wat betreft rendementen, irrigatie of aan te planten druivenrassen. Goede wijnmakers leggen zichzelf daar dus beperkingen op. Een mooi voorbeeld is Niels Verburg van Luddite Wines in Botrivier, Zuid-Afrika, die ervoor kiest niet te irrigeren en met zeer lage rendementen te werken, gemiddeld zo’n 20 hl/ha.

T.z.t. nog wat leuke cijfers en feitjes over rendementen op Vinoblogie.nl, zoals een kunstmestproducent die pocht met opbrengsten van 12 kilo druiven oftewel zo’n 8 liter (=meer dan 10 flessen!) wijn per stok, en een record-rendement van 600 hl/ha, wat in de richting gaat van 20 flessen per plant!

Zoals toegelicht in Deel 1 zijn de grootste kostenposten van kwaliteitswijn de rendementen, de werkwijze en het terroir. Verder hieronder geef ik in twee tabellen een overzicht van de rendementen en prijzen van een aantal rode en witte wijnen in uiteenlopende prijsklassen en uit verschillende gebieden.

Ik heb in mijn overzicht gekozen voor zo divers mogelijke wijnen van wijnhuizen die ik zelf heb bezocht, daarnaast wijnen die kwalitatief mooie voorbeelden in hun (prijs)categorie zijn en verder wijnen die velen van ons kennen of die veel verkocht worden. Op die manier komen verschillende prijscategorieën en wijnstijlen aan bod.

Opmerkelijk

Zoals ik eerder al meldde, werkten de allergrootste producenten van ‘goedkope wijn’ (laten we zeggen die onder de €5) niet graag – of meestal: helemaal niet – aan mijn onderzoek mee. Dit onder het mom van ‘dit is helaas vertrouwelijke info’ of ‘wij geven geen gedetailleerde info over onze productie’…

Dat gold bijvoorbeeld voor Treasury Wine Estates (o.a. Lindeman’s, Rosemount) en Accolade Wines (o.a. Hardy’s, Echo Falls). Overigens zei het Australische Glaetzer Wines, producent van ‘small-volume, super premium red wines’, hetzelfde. Jammer, want als je niks te verbergen hebt, waarom dan geen medewerking en transparantie? Undurraga (Chili) en alle Proseccoproducenten die ik meerdere malen via verschillende contactpersonen benaderde, reageerden op herhaaldelijke mails zelfs helemaal niet.

Ook van de kant van Yealands Estate c.q. Flaxbourne (een van mijn favoriete supermarktwijnen) werd het helaas stil toen ik nog wat keren expliciet vroeg om technische details (rendement, plantdichtheid). Dat zou vast anders geweest zijn als ik naar verkoopadressen had gevraagd… Des te meer hulde voor bijvoorbeeld Welmoed en Tarani, die zeer behulpzaam de gevraagde info verstrekten.

Technisch verhaal…

Voordat ik de tabellen laat zien eerst nog even een (hopelijk niet al te saai…) technisch verhaal over rendementen en plantdichtheden, om e.e.a. in het juiste perspectief te plaatsen:

Het optimum rendement-kwaliteit verschilt per regio, klimaat, bodem, druivenras enz., maar grofweg kun je zeggen dat hoe lager de rendementen per hectare zijn, hoe hoger de kwaliteit van de druiven is.

Daarnaast is het interessant om naar de plantdichtheid te kijken, want een rendement van bijvoorbeeld 35 hl/ha is bij een plantdichtheid van 9000 planten/ha heel laag, maar bij een plantdichtheid van 3000 planten/ha in diezelfde regio natuurlijk een heel ander verhaal…

Slechts 200 kilometer afstand, maar een compleet ander klimaat. Waar we in de koelere en vochtigere Noord-Rhône plantdichtheden zien van wel 10.000 stokken per hectare met lage opbrengsten per plant, geldt in de warmere en drogere AOC Châteauneuf-du-Pape (Zuid-Rhône) noodgedwongen een plantdichtheid van zo’n 3000 stokken/ha, bij een maximumrendement van 35 hl/ha. In zeer droge en warme streken staan wijnstokken van oudsher vaak als vrijstaande bushvine aangeplant, zoals in Châteauneuf-du-Pape. Door hun ‘gobelet’ (=beker) vorm kunnen de planten het schaarse water beter bij zich houden (minder verdamping).

Daarbij moeten we in acht nemen dat in warme en droge gebieden de plantdichtheid simpelweg niet al te hoog kán zijn. De planten zouden elkaar dan té veel beconcurreren om water, dus moeten ze wat verder uit elkaar geplant worden. Waar in bijvoorbeeld de Bourgogne, Bordeaux of Noord-Rhône bij de hoogste kwaliteit wijnen regelmatig maar zo’n 0,35 liter wijn van 1 plant geproduceerd wordt, zien we bijvoorbeeld in Zuid-Afrika dat het optimum rendement-kwaliteit bij de topproducenten tussen de 0,5 en 1 liter p/stok ligt. In eerstgenoemde gebieden is de plantdichtheid vaak zeer hoog (10.000 stokken/ha is geen uitzondering); bij, bijvoorbeeld, de Zuid-Afrikaanse topproducenten zien we dichtheden van zo’n 3500-4000 planten per hectare. Per hectare is de opbrengst in dit geval enigszins vergelijkbaar (ca. 35 hl/ha).

Het gaat om het zoeken naar de verhouding waarbij de planten in het desbetreffende klimaat het beste druivenmateriaal leveren; in elke situatie geldt een ander optimum (afhankelijk van je bedrijfsstrategie en gewenste wijnstijl bovendien!). Op kwaliteit gerichte wijnbouwers leggen zichzelf veelal strenge beperkingen op en zullen lagere rendementen nastreven dan toegestaan of gebruikelijk is in hun regio, omdat dit de kwaliteit ten goede komt.

Factoren die bepalend zijn voor de optimale verhouding tussen rendement en kwaliteit:

  • De wijnboer of viticulturist moet zijn planten in alle opzichten ‘kort houden’ en daarbij hoort streng snoeien, zodat er niet te veel trossen aan een plant groeien. Dit zorgt voor geconcentreerder en gelijkmatiger rijpend fruit. Oude stokken gaan overigens van nature steeds minder druiven produceren.
  • Het bladoppervlak moet daarbij goed afgestemd zijn op de hoeveelheid fruit, zodat de fotosynthese (omzetting van zonlicht+water+CO2 in suikers+zuurstof, via de bladeren) optimaal verloopt en de druiven perfect rijp kunnen worden. Ook cruciaal voor de kwaliteit (even los nog van het rendement!) is de fysiologische (fenolische en aromatische) rijpheid. Het is belangrijk dat het aangeplante druivenras in alle opzichten rijp kan worden, niet alleen qua suikers en zuren, maar ook qua aroma’s, tannines en andere polyfenolen. Voor die fysiologische rijpheid is het belangrijk dat de druif een lang rijpingsseizoen krijgt, oftewel: dat een passend druivenras (en de beste klonen daarvan) op een plek wordt aangeplant, waar zijn fruit lekker lang kan hangen en zich rustig en volledig kan ontwikkelen. Elk druivenras kent wat dat betreft zijn ideale omstandigheden.
  • De stokken moeten het niet te makkelijk hebben; je wilt dat ze een beetje ‘lijden’, (water)stress hebben, elkaar beconcurreren, waardoor ze zich meer met hun overleving en voortplanting – oftewel: met de rijping van hun bessen/zaden in plaats van met de vorming van bladeren en takken – bezighouden. De plantdichtheid is hierbij zoals gezegd een belangrijk instrument. Qua terroir lenen hellingen zich hier goed voor, vanwege hun betere drainage en armere bodem (met het gevolg dat onderhoud en oogst extra kostbaar zijn, want machines zijn hier moeilijk inzetbaar; dit gaat trouwens ook op bij hoge plantdichtheden). Door stress en competitie blijven de druiven kleiner maar geconcentreerder en dit maakt de wijn interessanter en complexer van smaak. Wat hier ook positief aan bijdraagt is dat ‘druiven in nood’ met hun wortels meer de diepte in worden gedwongen om te zoeken naar water en andere voedingsstoffen. Dit kan meer diepgang en smaak met zich meebrengen.
  • Biologisch werken, zonder het gebruik van schadelijke synthetische bestrijdingsmiddelen en kunstmest, verlaagt het rendement (gemiddeld wel met 20%) maar kan puurdere, authentiekere, meer terroir-getypeerde en geconcentreerde wijnen opleveren. Dit laatste gaat vooral op als je niet alleen op het land maar ook in de kelder natuurlijk werkt. Je neemt als wijnmaker dan nog meer risico’s: denk aan natuurlijke vergistingen, geen enzymen, noch stabilisatie, klaring of ander kunst- en vliegwerk waarmee je de most en wijn kunt ‘opkrikken’…
  • Voor irrigatie geldt: liefst niet of zo min mogelijk, omwille van de druivenkwaliteit. Dat is dan ook de reden dat in veel (Franse) appellations irrigatie verboden is. Ruime beschikbaarheid van water ‘verdunt’ de smaak van de druiven; daarom zoeken wijnbouwers naar bodems met een goede drainage, waar de planten droge voeten houden en de druiven geconcentreerder worden. In gebieden waar het van nature zó droog is dat irrigatie aanbevolen of noodzakelijk is, is het nog steeds zaak dat de wijnboer de kraan niet te ver open zet – iets wat natuurlijk verleidelijk is als het bedrijfsmodel gericht is op het produceren van zo veel mogelijk kilo’s en liters… Voor kwaliteit is zoals gezegd het devies: de planten moeten een beetje lijden, uitgedaagd worden om te overleven zodat ze beter hun best doen met hun fruit (survival of the fittest).
  • Eenzelfde verhaal geldt voor kunstmest: als de wijnstokken onnodig veel voedingsstoffen op een presenteerblaadje aangeleverd krijgen, worden ze als het ware ‘vetgemest’ en opgeblazen: ze gaan extra hard groeien (bladeren en takken produceren) en hun druiven worden groter en smakelozer.
Lokale bulkwijn is in de grote wijnproducerende landen soms voor een onwaarschijnlijke prijs op de kop te tikken. Over de kwaliteit en concentratie van de wijn kun je zo je twijfels hebben…

Helaas niet stuurbaar is de doorslaggevende rol, zowel in positieve als negatieve zin, die de natuur c.q. het weer speelt bij de groei en rijping van druiven. De grillen van de natuur – denk aan vorst, hagel, ziektes, extreme droogte, hitte of regenval – kunnen in een oogstjaar zowel rendement als kwaliteit flink drukken.

Maar afijn, genoeg achtergrondinformatie voor nu, hierbij een overzicht van enkele wijnen en hun rendementen. Interessant is, naast het rendement in hl/ha, vooral de opbrengst per plant in verhouding tot de verkoopprijs van de wijn:

 *toelichting tabellen:
*Sommige producenten maken ook een 2e wijn van de druiven uit de wijngaard. Pontet-Canet doet dit in een zeer beperkte oplage (12.500x Les Hauts de Pontet-Canet vs. 300.000 van de Grand Cru, oftewel 4%).
*Yquem produceert ook een droge wijn, de ‘Y’: ca. 10.000 fl. vs. 100.000 van de zoete Yquem (10%). Het aantal flessen van de zoete Yquem varieert overigens behoorlijk per oogstjaar.
*Luddite produceert in sommige jaren slechts 6000 flessen Shiraz, maar in gunstige jaren wel 20.000. Gemiddeld: 13000.
*Moselland: het opgegeven rendement van 80 hl/ha voor de Riesling van €4,99 leek me ietwat aan de lage kant, aangezien het totale langjarig gemiddelde 2005-2015 in de Mosel op 93 hl/ha ligt volgens het Deutsches Weininstitut
Hoe het ook zij, we moeten er rekening mee houden dat wijnhuizen hun cijfers kunnen flatteren.
*Het toegestane rendement voor Prosecco DOC bedraagt sinds 2009 max. 126 hl/ha, voorheen 180 hl/ha… (tot 2009 bestond ook nog de Prosecco IGT, nu Glera IGT, waar rendementen tot 240 hl/ha gebruikelijk waren/zijn!)

Rechts de free-run-juice van shirazdruiven uit de ongeïrrigeerde wijngaard van Niels Verburg, Luddite Wines (Botrivier, Zuid-Afrika), nadat de geplukte druiven 24 uur onaangeroerd gestaan hebben; links hetzelfde recept maar dan van shiraz uit een naburige geïrrigeerde wijngaard. Een opmerkelijk verschil in concentratie.

Niets zo zuur als dure wijn die je niet lekker vindt

Aan iedereen om zelf te bepalen welke wijn het meest in de smaak valt. Ik geef graag advies op basis van mijn persoonlijke smaak en ervaringen in andere blogs.

Ik heb willen laten zien dat je voor een winkelprijs van €4 of €5 niet heel veel wijn kunt verwachten en dat écht goede wijn vaak meer kost en zeker ook meer waard is. Dit omdat prijs, kwaliteit en rendement meestal heel behoorlijk met elkaar opgaan. Hoewel je in de tabellen ziet dat je voor sommige beroemde wijnen, zoals de Yquem, de Bordeaux Grand Cru van Pontet-Canet of de Condrieu van Georges Vernay, toch duidelijk óók wel wat voor de naam betaalt. Die naam heeft echter niet voor niets zo’n reputatie…

Aan iedereen om te bepalen welke wijn zij of hij lekker vindt en of die zijn prijs waard is. Want niets zo zuur als dure wijn die (vies) tegenvalt! ;-)

Blogoverzicht
Plaats een reactie

Plaats reactie